Oom Jan kon het niet over zijn hart verkrijgen

janvanhinteZe hadden het elkaar beloofd: wie het eerst dement zou worden, of een andere ongeneeslijke ziekte zou krijgen, zou door de ander “van het leven worden verlost”. Ze hadden de benodigde pillen al jaren in huis; genoeg om allebei uit het leven te kunnen stappen. Maar toen zijn geliefde echtgenote dement werd, kon oom Jan het niet over zijn hart verkrijgen om haar de pillen toe te dienen. Hij bleef haar verzorgen totdat ze overleed.

Wie was oom Jan?

Wikipedia zegt er dit over: “Jan van Hinte (1896-1983) was een amateur-archeoloog en historicus die woonde bij het Toniobosje te Sint Kruis. Sedert 1950 was hij correspondent voor de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek. Jan van Hinte was degene die de Romeinse invloeden ten Aardenburg in hun juiste perspectief plaatste en die gestimuleerd heeft dat er aldaar uitgebreide opgravingen plaatsvonden. Ook was hij een stimulator van de opgravingen in en nabij de Sint-Baafskerk te Aardenburg, waar onder meer zeldzame, aan de binnenkant beschilderde graftombes aan het licht kwamen.
Hij was vooral actief in de jaren ’60 en ’70 van de 20e eeuw en leverde toen een grote bijdrage aan de landschapsarcheologie in West Zeeuws-Vlaanderen, in het bijzonder de studie naar de restanten van de vele door stormvloeden en opzettelijke inundaties verdwenen dorpen.
Jan van Hinte heeft de archeologische resten van een aantal van deze dorpen ontdekt, hetgeen geleid heeft tot de opgravingen in 1964 die de resten van het verdwenen dorp Hannekenswerve aan het licht brachten.”

In 1986, drie jaar na zijn overlijden, had ik het voorrecht om enkele weken in het huisje van oom Jan te mogen verblijven. Bert van Hinte, neef van oom Jan en één van de erfgenamen van de “cottage” aan het Groote Gat, liet mij er werken aan één van mijn boeken. Alles was onaangeroerd; de werkkamer van oom Jan zag er exact zo uit als toen hij er zelf nog woonde. Behalve een prachtige collectie boeken, niet alleen over archeologie, maar ook over politiek, aardrijkskunde en levensbeschouwing, vond ik ook de correspondentie van oom Jan. Bert was trots op zijn oom Jan en had mij aangemoedigd mij vooral te verdiepen in de persoon van zijn oom. In één van de boekenkasten vond ik de complete werken van de schrijver, journalist, anarchist, atheïst en vrijdenker Anton Constandse, een man die ik vanaf mijn jeugd heb bewonderd, en uit zijn correspondentie bleek dat oom Jan en zijn vrouw vele jaren actief waren geweest in de vredesbeweging De Derde Weg, een beweging die ik goed kende door mijn voormalige buurvrouw Inge van der Wal-Svensson, één van de oprichters van De Derde Weg. Oom Jan liet mij vanaf dat moment niet meer los. In het zeer christelijke Zeeuws-Vlaanderen van die tijd zouden zijn levensopvattingen – en zijn opvattingen over levensbeëindiging – hem door de gemiddelde bevolking niet in dank zijn afgenomen. Oom Jan werd ook mijn held.

Oom Jan bleek ook een begenadigd kunstschilder te zijn. In zijn werkkamer bevonden zich diverse grote schilderijen van het Toniobosje, een klein beschermd natuurgebied achter zijn huis, met berken en eiken, dat niet toegankelijk was voor het publiek. Behalve de wetenschappelijk onderzoekers mochten slechts de bewoners van het huisje in dit bos wandelen.

‘s Avonds, bij de open haard en uitkijkend over het Groote Gat, probeerde ik mij een voorstelling te maken van de laatste jaren van oom Jan en zijn vrouw in dit paradijsje. Twee zeer intelligente, erudiete mensen, die een afspraak met elkaar hadden om elkaar het lijden te besparen. Maar toen het zover was, kon zij hem niet meer aan die afspraak herinneren, en kon hij het niet meer opbrengen om zich aan de afspraak te houden. Wat is er door hem heen gegaan? Speelde het geweten hem parten?
Niet lang nadat zijn vrouw overleed, ging oom Jan ook dood. Ik weet niet hoe. De pillen zijn nooit gevonden.

Jaap van der Wijk

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Father & Son Reunion

edwin23

Friday, December 7, 2012

The alarm wakes me up at 4am. The night before I took my dog Boris to friends, so I don’t need to worry about him. As bad weather, blizzards and traffic jams, are expected, I want to leave soon. I have to go to court, to be heard by the disciplinary committee of the bar, in relation to a complaint I filed against a law firm which stole my law dictionary and put it on their website. But the main reason to travel up north is that I’m going to visit my eldest son, Edwin! I’m so excited!

I saw him for the first time after he was born, then again when he was three years old, and the last time when he was thirteen. He and his mum were shopping for a pair of jeans. From a distance I looked at him, and he didn’t know me. The resemblance was striking. His mum beckoned not to approach them, so I didn’t. I didn’t know if Edwin was aware of my existence. He was part of new family, and I didn’t want to disturb things.

My thoughts were always with him, and I often wondered what had become of him. When social media came to life, I tried to find Edwin and Maria, his mum, but I didn’t know their last name, as Maria got married after we split up in 1969. But this year I got lucky. On October 26, Edwin’s 43rd birthday, I found Maria on Facebook and, consequently, I found Edwin. It was fucking unreal.

When both Edwin and Maria accepted me as their friend on Facebook, I was the happiest man in the world. It was amazing to see what had become of my son, singer-songwriter being one of his many qualities. He was not a mindless pen pusher in a business suit, like I had feared sometimes, but a cool dude with a mind of his own! Adventurous, like me!

I arrived early, so I decided to park my car in front of Edwin’s house. Might we decide to meet in town after the court hearing, we could have a couple of drinks in the pub, and then take the bus to his place. I texted Edwin from the court house, and it was agreed that I would come to his house.

Bear hugs. Finally I was reunited with my boy. It felt so good. It was 12.30, but hey, we just skipped coffee and tea, to have a beer or two. It helps to throw caution to the winds, and it was right in the style of Maria’s family, as I remember it from 43 years before.

Edwin made me feel at home. It was all so familiar, as if we had been buddies for years, who saw each other again after a couple of years.

Common traits

A man stumbles up to the only other patron in a bar and asks if he could buy him a drink. “Why of course,” comes the reply.
The first man then asks: “Where are you from?”
“I’m from Ireland,” replies the second man.
The first man responds: “You don’t say, I’m from Ireland too! Let’s have another round to Ireland.”
“Of course,” replies the second man.
Curious, the first man then asks: “Where in Ireland are you from?”
“Dublin,” comes the reply.
“I can’t believe it,” says the first man. “I’m from Dublin too! Let’s have another drink to Dublin.”
“Of course,” replies the second man.
Curiosity again strikes and the first man asks: “What school did you go to?”
“Saint Mary’s,” replies the second man, “I graduated in ’62.”
“This is unbelievable!”, the first man says. “I went to Saint Mary’s and I graduated in ’62, too!”
About that time in comes one of the regulars and sits down at the bar. “What’s been going on?” he asks the bartender.
“Nothing much,” replies the bartender. “The O’Malley twins are drunk again.”

I couldn’t stop watching Edwin’s face. I saw so many things that were familiar, sometimes I even saw my biological father and my uncle Maurits in it. There didn’t seem to be any age gap between us. Edwin didn’t try to be a son, and I didn’t try to be a typical father. Just buddies. And it felt right.

Stories were told to find out about our lives, to find out about the things we have in common, and there was a lot of that. We are both love-children, raised by stepfathers, with a half-brother. We both had a rebellious childhood, we both are adventurous guys, we both organized survival trips for teenage drop-outs, we both are non-conformists, we both love to play music, we both detest injustice and discrimination, we both have left-wing political convictions, we both refuse to “grow up and act your age”. Another thing we have in common is that – if necessary – we’re able to give the impression that we’re tough, while underneath we’re sensitive, caring people. All that without ever knowing each other. Amazing!

I always believed that a child’s character are 90% nurture and 10% nature, but I have to admit that I was wrong, certainly in Edwin’s case. There are just too many things we have in common, without Edwin knowing about it when he grew up.

I also was able to set some things straight, about the rumours about me, from the time his mum and I split up. If these rumours were only half true, I would never have been able to get an executive position at the Ministry of Justice.

We played some music, sang some songs, and I had a fab time! Edwin is absolutely a great guy and a great singer-songwriter! We agreed that he will be visiting me, next time, and I’m looking forward to it! Big bear hug when we parted the next day. Thanx man, for being you, and being such a great host!🙂

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Look At Me Now

grace2“Every day is a winding road”

(This is the place where Grace Kelly, aka Princess Gracia of Monaco, had her fatal car accident.)

I used to take this road every month, on my way from my house in Nice, to Lidl in Ventimiglia. Groceries in Italy are so much cheaper than in France. Wines are dirt cheap, Illy coffee pads are still affordable, and so are cigarettes and tobacco, Italian cheeses and salamis, and petrol, for that matter.

Living on the Riviera is great, even if you can’t be part of the happy few, at least not on a daily basis. The weather is great, and the people – if you choose them wisely – are cool. Carefree prosperity, living the life of Riley, that’s what it’s all about.

But… you need to be able to afford it. I sold some of my paintings, but in the end there were times when I didn’t make enough money to pay the rent, let alone to regularly visit my local pubs in Nice. Sure, there are a lot of filthy rich people in the Côte d’Azur, and some of them are my friends, but I don’t feel comfortable when I need to ask them for money, so I never did. Some of these people have certain habits, and sometimes I was able to act as a go-between, at a price, but that’s certainly not who I am, or want to be.

I left Holland in June 2007, deeply in debt. I was divorced, the house couldn’t be sold at the right price, and the mortgage interest rate was doubled. I knew that one day I would have to deal with these debts, but at that difficult time I chose to leave it all behind and search refuse in the one place I’ve always felt happy and at home, the Côte d’Azur.

Sean Connery5

So many great movies were filmed here, including Dirty Rotten Scoundrels, and the Bond movie Golden Eye. This is the place of the rich and famous, and I loved to live there. But business and pleasure shouldn’t be mixed, and the next time someone tells me that it’s “our” business, and “our” property, I’ll make sure that there’s a solid contract supporting that emotion. Sometimes we have to learn the hard way.

In 2011 I returned to Holland, trying to settle my debts. It took more than a year before the court came to a conclusion, and the result is that I need to pay as much as I can to the banks, for three years in a row, until October 2015, after which I will be debt free. In the mean time a conservator, assigned by the court, is controlling my budget, which is rather meager, but I’ll manage.

My friends and family are wondering if I will return to Nice after October 2015, and yes, I will certainly spend my (prolonged) holidays there, but I won’t return to stay there. There are several reasons why I won’t leave Holland again. First of all, I finally found my eldest son, Edwin, and I don’t want to be too far away from his life. Another reason is that I’ve seen friends grow old in Nice, and as long as they’re able to look after themselves, all’s well, but if they can’t, shit ‘ll hit the fan.

What if dementia hits me, twenty years from now, or maybe even sooner? What if I need to be in a French care home, and I forget how to speak French? Would it be fair to return to Holland only then, when I’m at rock bottom?

I guess it’s only reasonable to finally realize that I’m not alone in this world, that there are people who somehow want to share their lives with me, people who are closer to me than I’ve ever realized before. So many years I’ve been my Number One, and I always will be, but there has to be a balance. In the years to come I will try to find it.

 

 

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Finally I have found my eldest son – after 30 years! :-)

Today I’m the happiest man in the world!

Every year, on October 26, I think of my eldest son, Edwin, hoping I can wish him a happy birthday. He was 13 when I saw him last, and then he didn’t know that I am his father. Years went by, I lived in several countries, and the internet didn’t exist. Edwin and his mum were part of a new family now, and I didn’t want to spoil anything.

I was 16 and a young sailor, when I met a lovely, beautiful girl, Maria, who was a little older than I, and I told her I was 19. We started a relationship and I lived with her and her parents for some time. But I couldn’t find a job ashore, so I went back to sea, against her will.

A couple of months later I received a letter from Maria, in which she told me she was pregnant. I was in the far east at the time, with no means to be back in time for her to give birth. Apart from that, she told me I wasn’t welcome at her parents’ place. They felt I had deserted Maria.

I few months after Edwin was born, I returned to Holland, and I met him and Maria at the bus stop near her house. He was the most beautiful baby I had ever seen, and I was happy as Larry, and ever so proud!

However, we needed to talk, said Maria, and basically she gave me the choice between “staying on these rotten ships”, or starting a new life, which came down to marital bliss in the suburbs. Maria didn’t seem to have much faith in such a future with me – “You’re far too young for that” – and in the end we parted, each going our own way, with no obligations attached.

But I never forgot about Edwin, I always remembered his birthday, and when he was four years old I saw him again, in a public swimming pool. Maria allowed me to watch him from a distance, and I was the proudest guy in the world! Nine years later, when he was 13, I saw him again, with his mother, while they were shopping for clothes in town. He was the spitting image of me, when I was that age, but Maria beckoned that it wasn’t a good idea to approach them, so I didn’t, and that was the last time I saw my eldest son.

Since then, not a year has gone by without me thinking of Edwin on his birthday. After my sailing years, when I worked in probation services and had a family of my own, I started to look for him and his mum on the internet, but I couldn’t find them. The difficulty was that his mum was married and didn’t use her own last name, while he had the last name of his new dad, and I didn’t know what it was.

But today, finally, I found them! On Facebook! Obviously, for whatever reason, Maria started to use her maiden name again, and on her Facebook timeline I saw this guy Edwin responding to her posts. My son!

I’ve been reading his Facebook page for hours, looked at his photos (he still looks like me), and found out that he’s a musician. Apart from the looks, the music, and the sense of humour, we seem to have a lot more in common.

I don’t know if he knows that I’m his father, or that the dad he grew up with is not his biological father, so I didn’t want to approach him directly. But I messaged his mum, congratulating her with Edwin’s birthday and explaining my hesitation, and now I hope I’ll hear from her soon, as well as from Edwin, my eldest son!

Maria visiting me on November 25, 2012

UPDATE November 10, 2012

So many good things have happened the past two weeks! I talked with Maria on the phone for hours, and it was great! She’s coming to visit me soon!
I chat with Edwin on Facebook regularly, and I love his wit! I will visit him shortly, and we’re both looking forward to it!
2012 is the best year of my life!🙂

Posted in Uncategorized | 2 Comments

De adoptie van Frank

Eén van mijn eerste vrouwen kon t.g.v. een verwijderde baarmoeder geen kinderen krijgen, dus besloten we te adopteren. Het was 1978, we woonden in een boerderijtje dat ik na mijn studie in Moskou had gekocht, en we leefden als hippies, dus de aanvraag voor adoptie verliep niet geheel soepel.

Gelukkig werkte ik voor het Ministerie van Justitie en studeerde ik op kosten van het Ministerie, een omstandigheid die de besluitvorming van de kinderbescherming positief beïnvloedde. We kwamen in contact met Jeanne Tumewu van de stichting Kasih Bunda, die zich inzette voor de adoptie van kinderen uit Indonesië. We kozen voor Indonesië omdat in die tijd de kindersterfte in dat land nog hoog was en omdat een deel van mijn voorouders uit dat land afkomstig was.

Omdat ik dichter bij mijn werk wilde zijn verhuisden we naar de stad en verkocht ik de boerderij. Mijn moeder en stiefvader hadden tijdelijk 25.000 gulden nodig voor een woning die zij wilden kopen, dus leende ik hen het geld op voorwaarde dat ik het geld ruim op tijd terug had voor de reis naar Indonesië en de kosten van de adoptie.

Niet lang daarna overleed mijn stiefvader en keerde mijn moeder terug naar Canada, waar ze een relatie kreeg met een meubelmaker van Nederlandse afkomst. Zij had haar huis in Nederland verkocht (zonder mij mijn 25.000 gulden terug te betalen) en had van de opbrengst het bedrijfje van de meubelmaker in Canada gefinancierd.

Op mijn brieven reageerde ze niet, en toen wij in april 1981 te horen kregen dat wij een kind konden adopteren van het mannelijk geslacht, genaamd Wahyudi en geboren op 8 februari 1981, begond de tijd te dringen. Eind juni 1981 zou ik naar Indonesië moeten afreizen om onze zoon op te halen, en dan moest ik over voldoende financiële middelen kunnen beschikken.

Ik probeerde mijn moeder te bellen. De eerste keer nam ze op en legde ze snel neer toen ze hoorde dat ik het was. De keren daarna nam ze de telefoon niet op. Uiteindelijk nam ik het vliegtuig naar Toronto en reed ik naar St. Catherine’s, naar haar huis. Ik keek naar binnen en zag dat ze thuis was. Ik belde aan, maar ze deed niet open. Ik reed naar het politiebureau en legde uit dat ik niet zou aarzelen haar bankrekening te laten blokkeren en een kort geding te beginnen wanneer er niet snel een oplossing zou komen. Twee constables van de RCMP reden vervolgens naar het huis van mijn moeder en keerden een uur later terug met de boodschap dat mijn moeder het geld nog die dag zou overmaken. Pas toen mijn vrouw mij vertelde dat het geld op mijn bankrekening stond keerde ik terug naar Nederland.

Ik reisde alleen naar Indonesië. In Jakarta werd ik ondergebracht in het hotel Karya II van meneer Saleh, aan de Jalan Raden Saleh in Jakarta, vlakbij het pension waar ik eerder al een jaar had gewoond.

In het hotel verbleven alle mensen die via Kasih Bunda een kind adopteerden. De meesten waren uit Nederland en Zwitserland afkomstig. De achterzijde van het hotel werd gebruikt als babykamer, waardoor er een soort ‘ kennismakingsfase’ gerealiseerd kon worden tussen kind en adoptie-ouders. Deze babykamers werden ook gebruikt voor de verzorging van de baby’s die binnenkort naar het buitenland zouden vertrekken.

Niet ver van het hotel, eveneens aan de Jalan Raden Saleh, bevond zich één van de kindertehuizen van Kasih Bunda. Omdat dit gebouw in slechte staat verkeerde, was men bezig met de bouw van een nieuw kindertehuis, en de adoptie-ouders werden uitgenodigd dit gebouw te bezoeken.

Wahyudi (niet de baby op de foto) was zijn enige naam, en wij hadden besloten hem Frank te noemen, met intacthouding van zijn geboortenaam als middelste naam. Zijn moeder heette Tinie, was 16 jaar, en dit was haar derde kind. De twee eerdere kinderen waren ook ter adoptie afgestaan. Tinie werkte als huishoudster bij een gegoede familie, en wanneer zij haar kind zou houden zou zij worden ontslagen. De vader was een student. Volgens de papieren.

De kans is groot dat deze gegevens niet kloppen. Zwanger maar niet getrouwd zijn was een groot taboe in Indonesie. Een jonge vrouw die buitenechtelijk zwanger raakte zou dit zoveel mogelijk verbergen en uiteindelijk naar een grote stad gaan om daar in het geheim te bevallen, waarna het kind daar aan een kindertehuis of klooster werd afgestaan om vervolgens weer terug te gaan naar haar woonplaats. En mogelijk herhaalde de geschiedenis zich dan. Ook gebeurde het vaak dat vrouwen naar de grote stad trokken om te werken als bijvoorbeeld werkster in een rijk gezin en dat de man des huizes zijn handen niet thuis kon houden.

Destijds duurden adoptieprocedures voor de Indonesische rechtbank erg lang, maar gelukkig had Jeanne Tumewu veel ervaring opgedaan in de loop der jaren. Om het proces te versnellen werkte Jeanne vaak met de dezelfde rechtbank, dezelfde rechter en dezelfde getuigen (die soms ook weleens van straat werden geplukt), en soms ging er ook weleens een zuster mee van het kindertehuis die zich bij de rechtbank voordeed  als de biologishe moeder. Ik moest beloven dat ik Frank Wahyudi als een ‘goed moslim’ zou opvoeden, maar interpreteerde dat voor mezelf als ‘een goed mens’. Ik was niet van plan met de rechtbank een discussie aan te gaan over de zegeningen van het humanisme.

Eindelijk konden we vertrekken. De sfeer in de terminal van de luchthaven was gespannen, want in de krant van die dag stond een bericht dat Indonesische baby’s illegaal naar het buitenland werden gesmokkeld. Ik ging met mijn nieuwe zoon afzijdig van de andere adoptie-ouders zitten. Frank lag naast mij te slapen in zijn reiswiegje en om hem warm te houden had ik mijn Palestijnse (Yasser Arafat) sjaal over hem heen gelegd. Ik zag dat een groep gewapende militairen de andere adoptie-ouders tamelijk agressief benaderde en hen allerlei vragen stelde. En toen kwamen ze onze kant op. Eén van de soldaten tilde de sjaal op met de loop van zijn geweer, en toen hij Frank zag lachte hij en zei hij ‘bagus!’ (mooi). Wat een opluchting!

In Nederland moest Frank de eerste week afkicken van de soja-babymelk en langzaam wennen aan babymelk op koemelk basis. Ook moest hij naar de dokter omdat hij oorontsteking had. Afgezien daarvan waren er geen problemen en ontwikkelde hij zich als een lieve, kerngezonde baby.

Vlak voordat het nieuwe kindertehuis van Kasih Bunda in gebruik kon worden genomen legde de Indonesisische regering de buitenlandse adoptie aan banden. Daardoor was het vanaf 1983 praktisch onmogelijk om nog een kind uit Indonesië te adopteren. Als gevolg daarvan konden veel weeskinderen niet meer geadopteerd worden en moesten zij in de babykamers van het pension of in het oude kindertehuis blijven. In deze dramatische periode nam het aantal weeskinderen toe en werd de ruimte schaarser. Vlak voordat het nieuwe kindertehuis in gebruik kon worden genomen heerste er een enorme epidemie die aangrijpende gevolgen had voor de kwetsbare baby’s in het overvolle kindertehuis. Bijna de helft van de op dat moment aanwezige weeskinderen hebben deze epidemie niet overleefd. Ondanks deze grote tegenslag kon het nieuwe kindertehuis in 1984 in gebruik worden genomen voor de circa veertig weeskinderen. Kort daarna overleed Jeanne Tumewu. Haar zoon Ronald en zijn vrouw Sally namen het werk van Jeanne op zich.

Thans houdt de stichting Kasih Bunda zich bezig met de opvang van geestelijk en lichamelijk gehandicapte kinderen, door hen een opleiding te geven zodat ze een geaccepteerde plaats in de maatschappij kunnen krijgen.

Ondanks mijn pogingen om hem te interesseren voor de cultuur van Indonesië ontwikkelde Frank zich als een typische Nederlandse jongen, een Ajax fan in hart en nieren. Misschien komt het nog…

 

Posted in Uncategorized | Leave a comment

Over ambities en verwachtingen

Van de kant van mijn biologische vader kom ik uit een “gegoed gezin”. Van mijn moeder en mijn stiefvader heb ik uitsluitend slechte herinneringen. Ik heb tijdens mijn jeugd beide kanten, zeer afwisselend, intensief beleefd, als de prins op de erwt.

Op mijn veertiende trok ik de wijde wereld in, met 8000 gulden op zak. Toen dat geld op was, was ik aan mijzelf overgeleverd. In de familie van mijn biologische vader verwachtte iedereen dat ik “op hangende pootjes” zou terugkeren zodra het geld op was, maar daar was ik te trots voor, dus ik werd manusje van alles, zeeman, scheepskok, politiek activist, fotograaf en kunstschilder.

Op mijn zestiende was ik vader van drie kinderen, van drie verschillende moeders, in Nederland, Portugal en Italië. Op mijn twintigste werd ik uitgenodigd om politicologie te studeren in Moskou. Toen ik drieëntwintig was smokkelde ik wapens naar Zuid-Afrika, voor het ANC. Een jaar later adviseerde ik de IRA op organisatorisch gebied, want ze konden de grote toeloop van nieuwe leden en de slechte pers niet aan. Dit alles via Moskou.

Op mijn vijfentwintigste kocht ik een grachtenpand, cash, hypotheekvrij. Op mijn zesentwintigste ging ik studeren, maar omdat mijn Russische titel niet geldig was in Nederland moest ik helemaal van de grond af aan beginnen. VEMSA (Voorbereidend Examen Middelbare Sociale Arbeid), MBO Sociale Arbeid, HBO Maatschappelijk Werk, VO Maatschappelijk Werk, en op kosten van de baas, het Ministerie van Justitie, de universitaire opleidingen psychologie, sociologie, criminologie en strafrecht. Veertig uur per week werken en veertig uur per week studeren. Het kon allemaal.

Het grachtenpand werd verkocht en een boerderij werd aangeschaft, met kippen, ganzen, varkens, geiten en honden. En een wolf, die ik in Polen had gekocht toen hij zes weken oud was, terwijl men mij verzekerde dat het een “Poolse herdershond” was. Inmiddels had ik een vierde kind; het totaal stond op één zoon en drie dochters. Ik trouwde een prostituée om haar uit het leven te halen en van de drank af. Ik leidde een goed leven en oldtimers – Volvo, Triumph, Mustang, Citroën – waren mijn hobby.

Hoewel ik mijn verdere beroepsleven achter een comfortabel bureau in het centrum van Den Haag had kunnen slijten, wilde ik contact houden met de werkvloer, had ik altijd persoonlijke cliënten (de grootste criminelen van Nederland, die hadden gehoord dat je strafvermindering kreeg als je zei dat je verslaafd was) en genoot ik van dat uitdagende en spannende aspect van mijn werk. Maar ik werd in toenemende mate onder druk gezet, en op een gegeven moment werd ik zwaar overspannen en uiteindelijk volledig arbeidsongeschikt.

Als freelance literatuurvertaler en extern bureauredacteur vertaalde en bewerkte ik vervolgens 74 non-fictie boeken, werkte ik samen met mensen als Peter Arnett, Bob Woodward, Edward Radzinsky, Markus Wolf, Michael Lewis en Harry Wu. Met Ger Klein, voormalig staatssecretaris onder Den Uyl en hoogleraar te Delft, werkte ik samen aan zijn boek “Over de Rooie”. Met diverse andere politici, die nu nog leven dus waarvan ik de naam niet kan noemen, werkte ik samen aan hun autobiografieën. Dit alles vond plaats tijdens de manische fasen van mijn bipolariteit. Er was een gigantische productie en ik verdiende veel geld.

Inmiddels had ik een geadopteerde zoon uit Indonesië en was ik voor de tweede keer getrouwd, met een vrouw die twee dochters uit een eerder huwelijk had. Dat was even wennen, want toen ikzelf dertien jaar was wist ik alles van politiek, leidde ik protestacties, nam ik deel aan discussies op de radio en zorgde ik er zelfs voor dat ridder Van Rappard kwaad de studio verliet omdat ik zei dat het leger net als een hoerekut was: elke lul past erin. De meiden uit mijn tweede huwelijk hadden geen flauw benul van politiek en speelden Madonna na voor de spiegel.

Toen ik mijn boek “Lexicon van de watersport, visserij, koopvaardij, marine en bruine vloot” op de markt bracht, zei mijn vaste uitgever: “Jaap, dit wordt een enorm succes. Dit is je pensioen.”

De verwachtingen waren derhalve hoog gespannen. Ik kocht een zeiljacht van het eerste voorschot en genoot van het leven. Echter, de uitgever en ik hadden er geen rekening mee gehouden dat de markt van nautische boeken werd gedomineerd door het bedrijf van Maarten Muntinga, die zijn personeel erop uit stuurde om alle watersportwinkels regelmatig te bezoeken en de verkochte boeken aanvulde met nieuwe exemplaren.

De watersportwinkels wilden mijn boek graag in de schappen hebben, maar alleen wanneer Muntinga de distributie verzorgde, en mijn uitgever en Muntinga konden niet tot een akkoord komen. Het resultaat was dat er maar 4000 exemplaren werden gedrukt en dat er geen volgende editie kwam.

Desalniettemin bleef ik altijd de verwachting of de hoop koesteren dat ooit iets van mijn hand, een boek, een schilderij, een Labrador kennel, whatever, zou leiden tot succes. Die drive heeft ertoe geleid, leidt er nog steeds toe, dat ik weinig aandacht heb voor relaties. Waarbij ik moet aantekenen dat ik dat succes ook wil om de opbrengsten daarvan te kunnen delen met de mensen waarmee ik leef.

Dat is de paradox. Ik heb de mensen om mij heen verwaarloosd om ze – na het “grote succes” – te kunnen laten delen in dat succes. Mijn ambities zijn beperkt. Zou ik morgen een miljoen in de staatsloterij winnen, of gewoon genoeg om de rest van mijn leven – waar ook ter wereld – zorgeloos te kunnen leven, dan zou de drang om mezelf te bewijzen als sneeuw voor de zon verdwijnen. Maar ik zou de weelde zeker willen delen met de mensen die mij lief zijn.

Omgekeerd geldt hetzelfde, en daarmee komen we bij het afstoten van mensen, iets wat ik doe onder bepaalde omstandigheden. Nu ik mij – alweer – op een dieptepunt in mijn leven bevind, wil ik anderen daarmee niet belasten, wil ik hen niet met mij naar beneden halen. Ik voel me bezwaard. Ik wil graag een goede gastheer zijn, maar wanneer ik mij dat niet kan veroorloven ontvang ik liever geen gasten, om maar te zwijgen van het onderhouden van een gezin.

Als je voor een dubbeltje geboren bent kun je met je talent proberen een kwartje te worden, en als dat niet lukt ben je toch nog altijd gewoon een dubbeltje temidden van je mede-dubbeltjes. Maar wanneer je voor een kwartje geboren bent en het kwartje devalueert dramatisch, door omstandigheden, dan ligt de zaak anders. Je behoort niet langer tot de kwartjes, en de dubbeltjes, waartoe je nooit hebt gehoord, accepteren je ook al niet. De drang om weer een kwartje te worden kan derhalve obsessief-compulsieve vormen aannemen, zeker wanneer je zoals ik het geloof in jezelf niet verliest.

Mijn bedoelingen zijn altijd goed geweest, maar, om met een voormalige schoonzoon te spreken, “het komt zo verrekte rot je strot uit”. In paniek heb ik om mij heen geslagen als een wildeman, heb ik mensen (bijna) bewust van mij afgestoten, geschreeuwd om duidelijk te maken dat ze niet bij mij, het zinkend schip, moesten zijn. Want een zinkend schip heeft een enorme zuigkracht en sleurt je mee de diepte in.

Deze keer – en hoeveel keren nog? – heb ik in de diepte van de oceaan houvast kunnen vinden aan een stuk wrakhout, een levensloze lotgenoot, en ben ik weer boven komen drijven. De wind is gekalmeerd, het oppervlakte van de oceaan is glad, ik kruip op het wrakhout en de zon breekt voorzichtig door.

Land in zicht. Of is het een fata morgana?

 

Posted in Uncategorized | 2 Comments

Jaap van Nieveld Goudriaen interviewt Jaap van der Wijk

  • Dag Jaap, dit gaat ons derde interview worden, in acht jaar tijd.
  • Hoi Jaap, in tegenstelling tot mij ben jij in al die jaren niets veranderd.
  • Dank je voor het compliment.
  • In feite was het een belediging. Ik ben alleen maar gerijpt, interessanter geworden, milder ook.
  • Daar komen we zo op. Na bijna vijf jaar in Zuid-Frankrijk en de Engelse Zuidkust te hebben gewoond ben je in juli van dit jaar volkomen berooid teruggekeerd naar Nederland. Last van hangende pootjes?
  • Nee, wel met een gevoel van vrijheid. Ik ben nu alleen nog maar verantwoordelijk voor mijzelf. Geef ik teveel geld uit en heb ik aan het eind van de maand niet te vreten, dan is er maar één die ik daar de schuld van kan geven en dat ben ik zelf. Ik heb de afgelopen jaren samengewoond met een partner (wij hadden een gemeenschappelijk budget) die er een gewoonte van maakte om dure tassen en schoenen te kopen en dan aan het eind van de maand het beschuldigende vingertje naar mij te wijzen wanneer we niet rond kwamen. Van die Kafkaanse toestand ben ik bevrijd. Ik heb al sinds 2005 niets meer voor mijzelf gekocht, dus aan mij kan het niet liggen.
  • Toen je in juli uit Engeland naar Nederland kwam, na alweer een teleurstellende relatie, verwachtte iedereen dat je uit je bol zou gaan en de “schuldige” de grond in zou trappen, want dat heb je wel vaker gedaan. Waarom deze keer niet?
  • In de eerste plaats omdat ik van mening ben dat er geen “schuldige” is. In de tweede plaats omdat ik mij terdege realiseer dat telkens wanneer ik van mij afbijt om mijn kant van het verhaal te laten horen, er altijd mensen zijn die hoofdschuddend en alleswetend zeggen: “Typisch Jaap, het ligt nooit aan hem.” Zo ken ik ook mensen die zeggen: “Waar rook is, is vuur.” Terwijl je voor hetzelfde geld kunt zeggen: “Waar rook is, is een pyromaan bezig.” En wie zegt mij dat jij die pyromaan niet bent?
  • “Jaap in de schuldhulpverlening” heet een van je vele blogs. Hoe staat het daarmee?
  • Het is een traag proces en het duurt lang voordat je alle benodigde documenten hebt verzameld. Ik kreeg gelukkig snel een huis toegewezen, daar heb ik ontiegelijk mee gemazzeld, maar toen moesten er spullen komen, en daar had ik het geld niet voor. Van heel goede vrienden van mij kreeg ik een fantastisch bed, een prachtige kast, een eettafel met stoelen, maar ik had ook andere spullen nodig en nadat ik vrijwel mijn hele budget had gespendeerd aan vloerbedekking van de Kwantum, ging ik op zoek naar gratis spullen. Bij het grof vuil vond ik een tweezitsbank, drie stoelen, een bureaustoel, een computertafel, maar wat ik het meest miste was een koel-vriescombinatie, al was het maar voor de luxe van een koud pilsje van de Plus (€ 3,99 voor 24 flesjes). Op een avond liet ik de hond uit en passeerde ik een leegstaand verzorgingstehuis. Op het terrein vond ik een dumpplaats waar diverse oude koelkasten stonden. Ik haalde mijn auto op en op goed geluk (het was pikdonker) laadde ik een koel-vriescombinatie in die er nog redelijk uit zag. Ik vervoerde het gevaarte naar huis, en vol spanning sloot ik het aan. Wie schetst mijn geluk toen alles perfect werkte (behalve het lampje), en wie schetst mijn verbazing de volgende ochtend, toen ik de koelkast schoonmaakte en ik erachter kwam dat er op de koelkast een sticker van Van Nievelt Goudriaan was geplakt. (Zie foto boven.)
  • Heel bijzonder dat je uit dergelijke, ogenschijnlijk banale ervaringen nog enig geluk weet te putten en die nog zonder enige schaamte met het publiek durft te delen ook.
  • Tja, ik heb wel vaker van die ervaringen. Van mijn op zich al karige WAO betaal ik al jaren ongeveer de helft af aan schuldeisers, dus mijn budget is klein en daar schaam ik mij niet voor. Intussen heb ik wel jaren op de mooiste plekken van de wereld gewoond, en dat is wat waard. En aan het eind van de maand ben ik er trots op dat ik mijn hond en mezelf de hele maand te eten heb kunnen geven en ook nog een zwaar sjekkie heb kunnen roken en een glas wijn heb kunnen drinken.
  • Terugkijkend op de eerdere interviews: hoe denk je nu over de vrouwen in je leven en je kinderen?
  • Die behoren allemaal tot het verleden. Ik draag ze een warm hart toe.
  • Dat is me te gemakkelijk en te ontwijkend. Ik ga je trefwoorden geven en jij gaat erop reageren.
  • Okay.
  • Marry.
  • Aardige vrouw, 18 prima jaren mee gehad, totdat ze veranderde van een creatief, vrij denkend persoon in een kloon van de collega’s in de ziekenverzorging waar ze mee werkte. Weg creativiteit, weg eigen mening, jammer.
  • Pip.
  • Tragisch verhaal. Ik kijk sinds kort naar de serie Overspel en realiseer me dat zij en haar echtgenoot daar niet naar kunnen kijken. Het moet enorm pijnlijk voor hen zijn. Maar ik weet dat ik niet de eerste was, en ik vermoed dat ik niet de laatste zal zijn, dus hoe groot de tragedie ook is, ik ben niet de enige schuldige. Als ik heel eerlijk ben kan ik zeggen dat zij van mijn midlife crisis een geweldige tijd heeft gemaakt. Waarvoor dank.
  • Jean.
  • Oh, da’s nog te vers. Het arme mens werd dement, en dat was het ergste niet, want tegelijkertijd werd ze enorm achterdochtig. Ze had een schriftje waarin ze alle drie conflicten die we in vier jaar hebben gehad opschreef, maar ze verzuimde om de honderden fijne ervaringen op te schrijven, dus door haar dementie was ze die vergeten en kon ze onze relatie alleen nog maar evalueren door de slechte ervaringen in het schriftje te lezen. Ze verloor regelmatig haar credit cards en door haar achterdocht dacht ze dat ik geld van haar rekening haalde, wat uiteraard niet het geval was. Ik had haar met alle liefde blijven verzorgen, maar ze deelde haar achterdocht met haar dochters, en die hadden niet de intelligentie om te begrijpen dat mam ze niet allemaal meer op een rijtje had. Dus werd de situatie voor mij onhoudbaar en moest ik vertrekken.
  • Structureel pech met vrouwen?
  • Welnee. Mijn probleem is dat ik heel goed voor mezelf kan zorgen, dat ik best lekker kan koken, dat ik de was en de afwas doe, en de boodschappen, dat ik heel goed alleen kan zijn, dat ik mij nooit verveel, dat ik altijd wel iets creatiefs te doen heb, dat ik in feite een happy-go-lucky vent ben, nooit volwassen geworden, en vrouwen meer waardeer om hun zelfstandigheid en intelligentie dan om iets anders.
  • Seksualiteit?
  • Daar zeg je zoiets. Ik ben altijd seksueel actief geweest, totdat ik in 2007 in Nice een liesbreuk kreeg, waaraan ik uiteindelijk in Liverpool ben geopereerd. Mijn verminderde seksuele gevoelens weet ik aan die operatie en ik ging ervan uit dat alles zich te zijner tijd zou herstellen. Maar dat bleek niet het geval. Er was iets mis gegaan bij de operatie en in 2009 vond er een hersteloperatie plaats.
  • Okay, iets anders. Kinderen.
  • Tja, dat wordt K.I. Zie boven.
  • Leuk, je blijft ontwijken en dwingt mij tot confronteren. Typisch Jaap.
  • Hé vriend, ik heb hier niet om gevraagd. Ik dwing jou tot niets.
  • We gaan verder met associëren. Frank.
  • Schat van een jongen, mij enorm dierbaar, gigantisch verpest tot zijn twaalfde jaar, bij zijn adoptiemoeder en haar gewelddadige echtgenoot en bij pleeggezinnen. Daarna bleef hij een hechtingsprobleem houden en richtte hij zich voornamelijk op zijn vele vrienden.
  • Marlous.
  • Voordat ik verder ga: ik zou heel graag het contact met al mijn kinderen, “echt” of niet, willen herstellen. Okay, Marlous. Typische oudste dochter uit een gebroken gezin. Altijd voor moeder willen zorgen, nooit volledig overtuigd dat de nieuwe partner van moeder goed voor haar is, altijd een loyaliteitsconflict ten aanzien van pa en ma. Pa of ma is beter uitgedrukt. Toen ze in Amsterdam moest bevallen van haar dochter Maria, vroeg haar moeder mij om haar naar Amsterdam te rijden, en hoewel we al maanden uit elkaar waren deed ik dat graag. In het ziekenhuis begroette Marlous’ partner Ruwald ons en Marry mocht mee naar boven, om Marlous en Maria te zien, maar ik moest beneden blijven. Ruwald zei tegen mij dat hij zou proberen om mij Maria te laten zien en zou mij halen als dat kon, maar zover is het nooit gekomen. Gelukkig hebben we de foto’s nog.
  • Ingeborg.
  • Fantastische vrouw. Kennelijk heeft ze ook een loyaliteitsconflict, want anders had ze wel contact met mij opgenomen, maar ik voel mij nog altijd heel verbonden met haar. Zij is de enige die ooit echt belangstelling voor mij heeft getoond, ooit echt bezorgd om mij is geweest. Tot huilens toe. Dat raakt mij, want houden van en affectie is nu eenmaal geen eenrichtingsverkeer.
  • Iets anders: hoe ziet de toekomst eruit?
  • Goed. Ik kan niet zeggen “veelbelovend”, want ik word binnenkort zestig en ik verwacht niet zo veel meer van het leven, maar ik denk dat ik nog wel een jaar of twintig onder de mensen ben. Over een jaar of drie ben ik hopelijk van mijn schulden af en kan ik weer gaan en staan waar ik wil, maar ik denk dat ik mijn huisje in Rockanje aanhoud en zo nu en dan een tripje maak naar Frankrijk, naar Nice, om vrienden te bezoeken. Dan kan het er wel vanaf.
  • Jaap, de eerste twee interviews die wij hadden vonden op het VK-blog plaats, dat nu is opgeheven. Kun je daar nog iets over zeggen?
  • Het was een unieke ervaring. In een bepaalde tijd van mijn leven voelde ik mij gigantisch eenzaam en kreeg ik contact met mensen die minstens even eenzaam waren. In die tijd hadden wij een functie voor elkaar. Maar het leven gaat door en we worden allemaal ouder en vergeetachtiger. Bovendien ben ik (soms) een controversieel figuur, waar mensen het liefst een beetje afstand van nemen. Ook heb ik meer meegemaakt dan de gemiddelde Nederlander, en sommige mensen denken dat ik er maar een beetje op los fantaseer. Dus ik begrijp dat de relatie met de VK-vrienden van toen wat is bekoeld. Nu hebben we allemaal onze eigen WordPress en Blogspot dingetjes, en op de Facebook pagina zie je nog steeds dezelfde kinderachtige verschijnselen die op het VK-blog ook al plaatsvonden: hij reageert niet op mij, dus ik reageer ook niet op hem. Ik sta erboven, ik leef liever.
  • Jaap, het is 5 uur ‘s ochtends, we hebben allebei een paar glazen wijn op, kan ik bij je blijven slapen?
  • Flikker op gek, het Badhotel is hier om de hoek, ik doe geen oog dicht met iemand in hetzelfde bed.
  • Mag ik je dan bedanken voor dit interview en voor je openhartigheid?
  • Graag gedaan. Ik kan alleen maar openhartig zijn. Daarom ben ik niet welkom in katholieke en gereformeerde kringen, en in dorpen als Zetten, Opheusden, Boxtel en Urk. Tot over een jaar of drie.
Posted in Uncategorized | 2 Comments